Een herinnering aan het voormalig rekencentrum van de gemeente Amsterdam (deel 2)

Okko Steensma (1953) werkte van november 1979 tot augustus 1985 als computeroperator bij het rekencentrum van de gemeente Amsterdam.

Luchtfoto GCEI in 1982 met op de voorgrond het datacenter (de bult)

Luchtfoto GCEI in 1982 met op de voorgrond het datacenter (de bult)

Het datacenter, door veel mensen ook wel de bult genoemd, leek vanaf de buitenkant een onneembare vesting. Aan drie kanten was het gebouw omgeven door een zogenaamde slotgracht. Het datacenter was d.m.v. een twee verdiepingen tellende kantoorgang met het hoofdgebouw verbonden. Deze kantoorgang bood op de eerste verdieping toegang tot de grote computerzaal. Overigens was de zaal alleen toegankelijk via een tourniquetdeur met een geldige toegangsbadge. Op de computerzaal, welke was voorzien van een verhoogde vloer, bevond zich de computerapparatuur en de technische ruimten. Onder de vloer lagen vele trossen kabels welke dienden voor de aansluitingen van de computers, randapparatuur en datacommunicatie. Op de vloer stonden een tweetal grote IBM computers, ook wel mainframes genoemd.  Deze computers waren verbonden met de randapparatuur, zoals beeldschermen, (terminals), magneetband lezers en schrijvers (tape drive's), harde schijven (harddisks, ponskaartlezers, (card readers), printers, kaartponsers (card punch), diverse communicatieapparaten en zelfs nog een ponsbandlezer. Het klinkt misschien wat achterhaald maar in die tijd waren er nog geen personal computers of mobiele telefoons. Interne communicatie vond plaats via de vaste telefoon en/of een intercom.

Overigens was het mainframe zo groot dat je er een grote huiskamer mee kon vullen en als je de processorsnelheid en de hoeveelheid extern (opslag) en intern (verwerking) geheugen - toen nog uitgedrukt in MB - van het mainframe van toen met je huidige mobiele telefoon vergelijkt dan is het hedendaagse mobieltje de absolute winnaar. Alleen kon het mainframe van toen al multi-tasken. Er konden gelijktijdig meerdere taken (programma’s en printopdrachten) worden uitgevoerd.

In de jaren 70 had nog niet iedere automatiseringsmedewerker een beeldscherm en een toetsenbord tot zijn/haar beschikking. Men deed de voorbereidende werkzaamheden achter hun eigen bureau en als men iets aan de computer wilde aanbieden, bijvoorbeeld een testprogramma of een testresultaat wilde bekijken, dan liep men naar een kantoorruimte waar een beeldscherm, toetsenbord en een printer stonden opgesteld. Deze waren min of meer direct verbonden met het mainframe.

De meeste computerprogramma’s werden geschreven in Cobol en werden nog regelmatig op ponskaarten gezet d.m.v. een kaartponser, welke op diverse plaatsen in het gebouw aanwezig was. Later konden de kaarten weer worden ingelezen m.b.v. een kaartlezer. Naar mate er meer opslagcapaciteit ter beschikking werd gesteld (harddisks) konden programma’s hierop worden opgeslagen en daalde het ponskaart gebruik.

 

Copyrights: Geen bekende auteursrechtelijke beperkingen

28 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

Voorbeeld mainframe systeem
Voorbeeld mainframe systeem
Voorbeeld computerzaal met harddisk units op een verhoogde vloer
Voorbeeld computerzaal met harddisk units op een…
Voorbeeld IBM 3420 tapeunits
Voorbeeld IBM 3420 tapeunits